Religie

Inleiding

Hoewel de hoofdpersonen (dus hijzelf) in zijn grote romans al kritiek leverden op misstanden in Kerk en Staat, werd die kritiek nu explicieter en fundamenteler. De Kerk werd verweten dat zij het onderwijs van Christus, dat leefregels omvat, had vervangen door dode dogma’s en het kerkvolk misleidde met afhankelijkheid van priesters en allerlei uiterlijk vertoon. De Tsaar en de Staat klaagde hij aan omdat zij het straatarme volk in slavernij hielden door belastingen te heffen voor eigen gewin en om oorlogen mee te financieren, waarbij door de dienstplicht de eenvoudige boeren als ‘kanonnenvlees’ werden ingezet voor God, Tsaar en Vaderland.

Dat waren de redenen dat dit boek werd verboden, maar helaas voor de gezaghebbers was het boek al voor een deel op de markt gekomen. Daarom werd extra kritisch gekeken naar zijn volgende werken. En inderdaad, daarin werden de kritieken fundamenteler en scherper, dus ook die werden verboden, zoals “Wat ik geloof” (1884) en “Mijn kleine Evangelie” (1884) en “Wat moeten wij dan doen?” (1886).

Maar, zoals reeds gezegd, manuscripten werden naar het buitenland gesmokkeld en vertaald en in goedkope uitgaven massaal verspreid. Dat wekte daar grote beroering, vooral in orthodox theologische kringen en bij overheden, die zich in die tijd van grote interne maatschappelijke onrust en internationale spanningen intensief aan het bewapenen waren. Maatschappijhervormers onthaalden de boeken van Tolstoj echter met groot enthousiasme, die in hem een pleitbezorger zagen van de noodzakelijk sociale transities en bevrijding van het feodale juk.

Toen de naam Tolstoj in het westen doordrong en veel stof deed opwaaien wilde men ook wel kennis nemen van zijn vroegere werken en dat is de reden dat “Oorlog en Vrede” pas 20 jaar na publicatie in 1886 in Genève werd gedrukt in Frans, Duits en Engels. Die werken maakten een onuitwisbare indruk en stelden de beroemde Franse romanciers in de schaduw.

Verhouding met de Russisch Orthodoxe Kerk

Bij het aantreden van Konstantin Pobedonostsev als Procureur van de Heilige Synode van de Russisch Orthodoxe Kerk in 1866 (opvolger van graaf Dimitri Tolstoj, achterneef) werd Tolstoj voor de rest van zijn leven kritisch gevolgd.

1 maart 1881 moord op Alexander II. Brief naar de opvolger Alexander III met verzoek om gratie. Pobedonostsev adviseerde tegen gratie.

De rest van zijn boeken werden verboden.

Medewerkers vanaf 1896 tot 1906 persona non grata

1901 excommunicatie

Werken: Oproep aan de Geestelijkheid, Brief aan de Synode n.a.v. excomm. Restauratie van de Hel, etc.

Wordt vervolgd met verdere uitwerking

Missie

Hoewel Tolstoj in eigen land monddood en zijn leven zuur werd gemaakt, liet hij zich niet het zwijgen opleggen. De laatste 30 jaar van zijn leven heeft Tolstoj zich met volle overgave aan zijn missie gewijd en talloze boeken, pamfletten en traktaten, brieven en krantenartikelen geschreven, waarbij de komst van het Koninkrijk Gods van liefde, vrede en gerechtigheid, zoals Jezus die predikte het overkoepelende thema was.

Hij was ervan overtuigd dat de mens geroepen is om aan die komst bij te dragen door zijn handel en wandel. De grootste hinderpalen zag hij in het geweld in de wereld en de kloof tussen arm en rijk.

Zijn protesten tegen de verplichte militaire dienst, de wereldwijde bewapening en zijn scherpe kritiek op (in zijn ogen cosmetische) vredesconferenties en hoven van arbitrage, maakten hem het geweten van de wereld (zie zijn boek “De wet van de liefde en de wet van geweld”). Dat is ook de reden dat Gandhi, naar eigen zeggen, sterk door Tolstoj is geïnspireerd en later sluiten ook anderen, zoals Martin Luther King en Nelson Mandela, zich daarbij aan. Albert Schweitzer noemde Tolstoj de grootste vredesactivist van het fin de siècle.

De mens is geroepen om te groeien in de liefde voor alle mensen (zie zijn geloofsbelijdenis).

Tolstoj formuleerde zijn missie als volgt: “Mijn leven en dood zullen bijdragen tot de redding van levens van mensen en dat is wat Christus ons leerde.”

Religie

In zijn boek “Wat is religie?” geeft hij het verschil aan tussen religie en godsdienst.

Religie is de verbinding van het individu (die tijd en plaats gebonden is) met het universum (dat eeuwig en oneindig is), het AL dat als God wordt ervaren. (Vgl God zal alles in allen zijn).

Dit is een universele ervaring die overal ter wereld voorkomt, speciaal bij mystici. Er is dus maar één religie, de Godservaring.

Godsdienst daarentegen is de cultuurgebonden invulling, formulering en uitingsvorm van deze ene religie. Er zijn dus vele godsdiensten, die tegemoet komen aan de verschillende religieuze behoeften van mensen en volken. Het is dus onzinnig om elkaar op dit punt te bestrijden!

Verder is het een waarneembaar feit dat religie in ontwikkeling is. Naarmate de mens een steeds nauwkeuriger kijk op de wereld, de mens en op God krijgt, bijvoorbeeld door voortschrijdend inzicht, zal hij zijn godsdienst en formuleringen daarop aanpassen.

Het letterlijk en angstvallig vasthouden aan credo’s, geloofsbelijdenissen, sharia’s en catechismus van eeuwen geleden is daarom onzinnig omdat mensbeelden, godsbeelden en wereldbeelden aan verandering onderhevig zijn.

Theologie

Mensbeeld

Tolstoj leidt zijn theologie af uit het “Onze Vader”. Als Jezus dit gebed aan zijn discipelen leert zegt Hij daarmee dat hijzelf en alle andere mensen God als Vader hebben, Dat betekent dat alle mensen gelijkwaardig zijn als kinderen Gods, die de levensadem (nefesh) hebben ontvangen van God, die Geest is. Alle mensen zijn dus broeders en zusters.

Elk mens heeft dus God in zich. De meeste mensen realiseren zich dat echter niet. Dat komt doordat de Kerk voorwaarden heeft gesteld aan het ontvangen van het kindschap Gods. De Kerk leert dat door bepaalde ceremoniën de H. Geest door een mens (priester of apostel) kan worden overgedragen op een ander mens. Als dit niet juist blijkt te zijn stort gelijk de hele priesterhiërarchie in elkaar, en wel met donderend geraas.

God in de hemelen. God is Geest en is dus niet aan tijd en plaats gebonden. De mens heeft vanaf het begin God in zich gehad en God is verder overal en eeuwig. De hemel is de verblijfplaats van God, dus de hemel is ook in elk mens. De Kerk heeft in overtreding van Gods geboden God gelokaliseerd op een plaats door de hemel ergens in de lucht te projecteren. Bovendien heeft de Kerk God tot een antropomorf (mensachtig) wezen gemaakt, die menselijke eigenschappen heeft. Daarmee wordt Gods naam ontheiligd, terwijl wij zijn naam moeten heiligen. De hemel is dus in ons!

Tolstoj zegt: Wij mensen kunnen God niet denken, want wij zijn beperkt door tijdelijkheid en plaats, terwijl God eeuwig en oneindig is, dus onbeperkt.

Uw Koninkrijk kome, zowel in de hemel als op de aarde. Dat Koninkrijk begint bij ons want “Het Koninkrijk Gods is binnen in U!” (Luc.17:21) en dat moet ook concreet gestalte krijgen buiten ons in de maatschappij.

Geef ons heden ons dagelijks brood. God wil dat wij eenvoudig zullen leven, waardoor er genoeg voedsel is voor iedereen en alle levende wezens.

Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. Onze zonden worden alleen vergeven als en doordat wij anderen vergeven. Niks geen biecht of vrijspraak door priesters. De mens moet zelf de beslissing nemen om anderen niet te benadelen op welke wijze dan ook.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Dit moet zijn: Leid ons UIT (want: niet in =uit) de verzoeking. Want wij brengen onszelf in verzoeking en God kan ons eruit helpen. De boze is onze eigen ‘zinsbegoocheling.’ De boze is verzonnen om onszelf te rechtvaardigen door te zeggen: het is ZIJN schuld.

Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.

Deze laatste zin is een toevoeging die niet in de oorspronkelijke tekst staat en wel waar is maar niets toevoegt.

Met het feit dat God in ieder mens is, heeft de mens een missie gekregen voor de wereld.

Maar de meeste mensen realiseren zich niet dat ze God in zich hebben en dat ze daarmee een missie hebben om de naaste te dienen. Maar dat kan veranderen.

Volgens Tolstoj is een gelovige iemand die aanneemt dat God in hem/haar is. De vraag is alleen: Hoe kan God zich dan manifesteren?

Antwoord: door de beschermingsmechanismen, die wij om onszelf hebben opgebouwd tijdens ons leven. Wij stelden ons materialistische en egoïstische doelen, waardoor onze goddelijke kern (ons ware zelf) is verduisterd.

De levenstaak van elk mens is om al die beschermlagen af te pellen om bij ons ware zelf te komen en weer onze bestemming en missie gaan verstaan. Want elk mens heeft unieke gaven in zich ontvangen om de naaste te dienen. Maar alleen als we aan ons ego (ons valse zelf) sterven kunnen deze gaven tot ontwikkeling en tot vrucht dragen komen. “Tenzij de graankorrel in de aarde valt en sterft, kan hij geen vrucht dragen.” (Joh.:12:24)

Godsbeeld

God is dus door de Kerk geprojecteerd in de hemel, die volgens eeuwenoude opvattingen, is gelokaliseerd ergens hoog in de lucht. Dit is een hardnekkig misverstand dat in vrijwel ieder mens nog (latent) aanwezig is en afkomstig is van een heel oud en achterhaald idee, dat het universum eindig is en een plek heeft waar God en zijn engelen verblijf houden.

Vaak worden mensen die dit godsbeeld hebben verlaten ‘ongelovigen’ genoemd. Maar de vraag is of dat waar is. Is niet degene die God als persoon beschouwt en hem een plek toedicht ergens ver weg, niet een ongelovige? Geef je dit beeld op dan open je mogelijkheid dat God, die Geest is, in harten van mensen verblijf houdt en de mens kan inspireren tot liefde en goede werken.

Goede werken? De Kerk heeft door Luther laten zeggen: door genade alleen en niet door eigen kracht. Maar wat is eigen kracht? Als we ons ego hebben gedood is er alleen Gods kracht over!

Wordt vervolgd

Wereldbeeld

De Kerk heeft de aarde als tranendal bestempeld, bevolkt door mensen die niet in staat zijn tot enig goed (Heidelbergse Catechismus, Zondag 2). Met ons nieuwe inzicht dat het Koninkrijk in ons is en de wereld zal veroveren, maakt ons bereid en optimistisch dat er een betere wereld kan komen waarop gerechtigheid woont.

Wordt vervolgd